Gendergeweld en meervoudig trauma
Christina* is 32 jaar oud, getrouwd met twee kinderen, wanneer ze voor een onderzoek bij iMMO komt. Afkomstig uit een Aziatisch land stelt ze dat ze na haar huwelijk in 2015 door een extremistische groepering is ontvoerd, mishandeld en verkracht wat diep traumatische gevolgen heeft gehad. Wanneer ze bescherming zoekt bij de autoriteiten wordt ze ook door hen misbruikt. Vanwege cultureel stigma en trauma kan ze er nauwelijks over spreken. Samen met haar echtgenoot en twee kinderen vlucht ze naar Nederland.
Bij het FMMU-onderzoek voor de IND-gehoren worden nog geen duidelijke beperkingen gezien, hoewel zij wel al slaapklachten heeft en gespannen is. Enkele jaren later zijn de psychische klachten echter sterk toegenomen. Christina wordt behandeld en er wordt een ernstige en complexe PTSS vastgesteld omdat zij ook in haar jeugd meervoudig seksueel misbruikt is geweest. Het trauma is opnieuw opgeroepen door gebeurtenissen in het AZC. Zo heeft de plaatsing van een onbekende man in haar woning geleid tot herbelevingen, intense angst en ernstige ontregeling. Daarnaast stelt ze in Nederland door twee mannen te zijn verkracht. Zij kan hierover slechts zeer beperkt spreken. Zij ervaart veel schaamte, schuldgevoelens, vermijding en heeft moeite met emotieregulatie.
De IND heeft haar eerste asielaanvraag in 2019 afgewezen. Hoewel haar identiteit en nationaliteit geloofwaardig worden geacht, vond de IND het relaas van haar echtgenoot ongeloofwaardig. Daarmee wordt ook haar eigen relaas, waaronder haar ontvoering en het ondergane seksueel misbruik, zowel door rebellen als door de autoriteiten, niet aannemelijk geacht. De IND wijst erop dat ze legaal het land hebben kunnen verlaten en ziet in samenhang met het ongeloofwaardig geachte relaas van haar echtgenoot geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM. Ook in beroep, hoger beroep en de uiteindelijke uitspraak van de Raad van State werd het standpunt van de IND bevestigd.
In de herhaalde asielaanvraag verzoekt de advocaat van Christina een iMMO-onderzoek. Haar psychische klachten, door deskundigen beschreven als ernstig, trauma specifiek en passend bij PTSS, kunnen mogelijk verklaren waarom zij eerder niet in staat was volledig, chronologisch en gedetailleerd te verklaren over het seksueel geweld. Schaamte, dissociatie, vermijding en angst zijn bekende klachten binnen PTSS die het vermogen om te verklaren sterk kunnen beperken.
Uit het iMMO‑onderzoek blijkt dat de psychische klachten van betrokkene – waaronder dissociaties, vermijding, schaamte, herbelevingen, nachtmerries en lichamelijke stressreacties – nadrukkelijk passen bij het gestelde geweld en volgens de gradaties van het Istanbul Protocol worden beoordeeld als typerend voor het door haar beschreven seksuele en fysieke misbruik. De lichamelijke problematiek is beperkt relevant, maar ondersteunt wel het totaalbeeld.
iMMO concludeert dat haar psychische toestand zeer waarschijnlijk al tijdens de eerste procedure haar vermogen heeft beperkt om compleet, coherent en consistent te verklaren. Voor de opvolgende aanvraag geldt dat deze beperkingen zeker hebben geïnterfereerd met haar verklaringen.
De iMMO-rapportage wordt in de herhaalde aanvraag ingebracht.
Lees hier verder voor het juridische vervolg.
(* Namen zijn gefingeerd)
