Vergoeding iMMO-onderzoek vergt langdurige inzet
In de casus van Ibrahim diende de advocaat samen met de iMMO-rapportage de factuur ter vergoeding in. Kort daarna volgde een positieve beschikking, maar de IND reageerde niet op het verzoek tot vergoeding. Na enige tijd diende de advocaat opnieuw een verzoek in. Toen ook dat onbeantwoord bleef, volgden twee rappels: eerst na enkele maanden, en ruim een half jaar na het eerste verzoek nogmaals. Uiteindelijk bijna een jaar later gaf de IND aan dat de vergoeding binnen hun interne richtlijn valt en alsnog toegekend zou worden.
Deze casus laat zien dat het traject rondom vergoeding vaak langdurig en complex is. iMMO-onderzoeken zijn arbeidsintensief en kostbaar. iMMO hanteert een vergoeding gebaseerd op de tarieven voor deskundigenberichten in strafzaken. In 2025 bedraagt deze €8470, terwijl de werkelijke kosten tegen de €17.000 liggen.
De IND beoordeelt de verzoeken om kostenvergoeding op basis van een interne richtlijn. Deze richtlijn stelt dat vergoeding alleen plaatsvindt als het iMMO-rapport aantoonbaar heeft bijgedragen aan de beslissing om asiel te verlenen, en in principe alleen bij eerste aanvragen. Bij opvolgende aanvragen of wanneer andere factoren doorslaggevend zijn, wijst de IND de vergoeding af — ook als de iMMO-rapportage inhoudelijk relevant is geweest.
Volgens iMMO zou niet de uitkomst van de asielaanvraag leidend moeten zijn, maar de inhoudelijke rol die een rapportage speelt in de besluitvorming. Ook het onderscheid tussen eerste en opvolgende aanvragen is volgens iMMO niet relevant. Ongeveer 40% van de aanvragen bij iMMO betreft opvolgende asielaanvragen. Schaamte en angst zorgen er vaak voor dat betrokkenen pas later over traumatische ervaringen kunnen verklaren — een dynamiek die de Raad van State erkende in haar uitspraak op 13 december 2023.[1] Om die reden worden veel iMMO-rapportage pas binnen een herhaalde asielaanvraag ingediend.
[1] Raad van State, 13 december 2023, (202108163/1, ECLI:NL:RVS:2023:4620) punt 6.3
