Hoe verwoord je homoseksuele gevoelens?

Onlangs onderzocht iMMO Jamar*, een 40-jarige man uit een land in Afrika waar homoseksualiteit verboden is. Zijn verzoek om internationale bescherming is afgewezen omdat zijn seksuele gerichtheid (homoseksualiteit) ongeloofwaardig wordt geacht.

Tijdens de gehoren bij de IND beschrijft hij de ontwikkeling in de vriendschap met zijn schoolvriend. Ze kennen elkaar van jongs af aan en wanneer zij beiden in de puberteit komen, ontdekken ze in het geheim hun seksuele gerichtheid met elkaar. Ze zijn intiem en geven veel om elkaar, maar in het openbaar zijn ze niet meer dan hechte schoolvrienden.

Opvallend is hoe Jamar tijdens de gehoren herhaaldelijk aangeeft dat hij niet de woorden kent en niet precies wist wat ze destijds deden en welke gevolgen het zou hebben. Hun seksualiteit intimiteit was iets wat ze samen voor het eerst ontdekten; daarom bleef het geheim, zeker toen hen duidelijk werd dat het ‘niet hoort’ en zeer gevaarlijk is.

Jamar’s vriend werd vermoord, nadat zij door buurtbewoners werden beschuldigd van homoseksualiteit. Jamar benoemt het als ‘man-to-man business’. Daarop vluchtte hij naar het buitenland.

Uit het iMMO-onderzoek komt naar voren dat Jamar veel psychische klachten heeft (voornamelijk PTSS en een depressie) die volgens het Istanbul Protocol typerend zijn voor het geweld dat betrokkene beschrijft. De psycholoog beschrijft dat mentaliseren lastig is voor Jamar.

Mentaliseren is het vermogen om eigen gedachten, gevoelens en motieven — én die van anderen — te begrijpen en onder woorden te brengen. Dit kan moeilijk zijn door verschillende factoren, zoals een verstandelijke beperking, hoge spanning, of doordat je het niet hebt geleerd in de opvoeding en cultuur waarin je bent opgegroeid. Daardoor kan het moeilijk zijn om specifieke vragen over je seksuele gerichtheid en de ontwikkeling ervan te beantwoorden.

In Nederland zijn we gewend aan woorden en het benoemen van gevoelens. Over de ontwikkeling van de seksuele voorkeur wordt gesproken. In veel culturen is dat echter niet het geval. Desondanks wordt van mensen die asiel aanvragen verwacht dat zij op de Nederlandse, nogal directe, wijze kunnen nadenken en zich uitdrukken.

Deze zaak was illustratief voor de hoge verwachtingen die we kunnen hebben dat asielzoekers hun ontluikende gevoelens of betrokkenheid bij een queer gemeenschap onder woorden kunnen brengen. Zowel mentaliseren als de woorden voor homoseksuele gevoelens kan voor sommigen helemaal nieuw zijn.

*) Namen zijn gefingeerd.